• Voor de goeie (ii)

    Ik keek naar drie dingen uit:

    1. precies hoé slecht het Vlaams Belang het zal doen

    Zeer, zéér slecht. Ik ben content dat we (toch voor even) van die kiekens af zijn.  

    2. precies hoé arrogant N-VA zal zijn

    Hoe arrogant N-VA was, weet ik niet direct: ik heb alleen Bart De Wever en Liesbet Homans gezien. Zij waren alletwee nog arroganter dan anders, maar zeer veel zegt dat niet natuurlijk.  

    De Wever wint met enorm veel voorsprong in Antwerpen de gemeenteraadsverkiezingen, en ik denk dat hij zeker een kans maakt in de wereldkampioenschappen zuchten en ogen rollen.

    Misschien dat het met de gemiddelde Antwerpenaar anders is dan met de gemiddelde Gentenaar en niet-Antwerpse Vlaming, maar ik heb toch de indruk dat wij het door de band niet zo hebben voor dat soort onhebbelijke “wij zijn de winnaar en jullie zijn allemaal achterlijke dommeriken” arrogantie.  

    3. en uiteraard wat er in Gent gebeurt

    Ik ben trots dat ik een Gentenaar ben.  

    Screen Shot 2012 10 14 at 23 13 43

    En voor de rest vond ik dit het meest hartenbrekende beeld van de verkiezingsdag:

    316326 10151169010159463 1561098378 n

    En kreeg ik ook meer dan een krop in de keel als Daniël Termont zijn monsterscore opdroeg aan zijn vader, die vorige week overleed.  

  • Schrijft de Gazet Van Antwerpen:  

    Een voorzitter van een bureau in Zoersel heeft volgens Vlaams minister Geert Bourgeois een “zware menselijke fout” gemaakt, door zijn computer in standby-modus te laten staan. Een deel van de registratie van de uitgebrachte stemmen moet daardoor manueel opnieuw gebeuren.  

    Wat een compleet laffe en laagbijdegrondse uitspraak, om de schuld van dat ding in Zoersel bij de voorzitter van het stembureau te leggen.  

    Ik heb op de televisie die stemcomputers zien piepen en rode lichten doen afgaan als mensen hun kaartje er te vroeg uit trokken, of omgekeerd in staken.  

    De fout en de schuld en ligt uiteraard 100% bij de maker van de software van de stemcomputer: een systeem dat als een zot begint lawaai te maken en blijkbaar BAHUUT BAHUUT doet bij het minste, en dat dan niets  doet als het hele systeem na een bepaald uur nog altijd in testmodus staat, dat is een slecht gemaakt systeem.  

    In De Standaard, die Radio 1 citeert,  is het ook van dat:

    Volgens minister van Bestuurszaken Geert Bourgeois zou het grootste deel van de fouten het gevolg zijn van het niet correct gebruiken van de machines. Dat zou 80 tot 90 procent van de problemen verklaren. Slechts minder dan 20 procent heeft echt met de computers te maken, zei hij op Radio 1.

    Pfeh.  

    Zelfs als de fout bij de gebruiker ligt, is het nog altijd de schuld van de maker. Zeveraars.  

  • Voor de goeie

    Voilà, plicht vervuld. Met veel goesting, in bureau 93 in Gent.

    Toe

    Eén incident: een meneer die iets laatdunkend zei tegen een mevrouw, en die mevrouw die daarop als een ontkende furie tekeer ging tegen die meneer. Ze werd tegengehouden door een paar buurvrouwen of vriendinnen of kennissen, en door de meneer van stembureau 92 die er eenbeetje hulpeloos bijstond. Sandra denkt dat het er zou mee te maken kunnen gehad hebben dat die mevrouw geen hoofddoek aanhad, in tegenstelling tot al de vrouwen rond haar.  

    Oh nee, wacht, ik lieg: twéé incidenten. Sandra was in het stemhok, ik stond helemaal klaar om mijn identiteitskaart en brief af te geven — en net dan moesten twee mensen van het stemlokaal weg om ergens anders iets op te gaan lossen. Wat er voor zorgde dat de rij van lokaal 93, die al de langste was van het hele Godshuishammeke, nog wat langer werd. Toen ik buiten kwam, stonden ze tot vér buiten het buurtcentrum Sluizeken-Tolhuis-Ham.

    De stembrief voor de provincie was bijzonder handelbaar:

    Provincie

    Die van de gemeenteraad was iets anders, ik heb hem moeten omplooien om te kunnen stemmen gedomme:

    Gemeenteraad

    Enorm content dat het op papier was: ik moet dat niet weten, stemmen op de computer. Dat is mij te weinig tastbaar. En het geeft mij veel meer voldoening, dat ik echte bolletjes op echt papier kan inkleuren met een echt rood potlood.  

    Voor de goeie  gestemd, natuurlijk. Voor de provincie allemaal mensen die ik persoonlijk vertrouw om goed werk te leveren. Voor de gemeenteraad hebben ze het mij in Gent wel heel gemakkelijk gemaakt: de afgelopen legislatuur heb ik het allemaal meer dan aandachtig gevolgd, en met  het kartel sp.a-Groen kon ik stemmen voor zowel uitstekende mensen uit de meerderheid als mensen die uitstekend oppositie gevoerd hebben. Hoera!

    Waar ik naar uitkijk deze namiddag: precies hoé slecht het Vlaams Belang het zal doen, precies hoé arrogant N-VA zal zijn, en uiteraard wat er in Gent gebeurt.  

    En dan nu de hele namiddag verkiezingen op televisie, ha ja: tradities zijn tradities.  

    Surrealistisch moment van de namiddag tot nog toe, trouwens: De Wever die Jacques Brel in het Vlaams citeert als iets in de zin van “als de klok tikt aan de muur, kom je mee, is het ja, is het nee”. Ik vermoed  dat hij het had over Les Vieux:

    Les vieux ne rêvent plus, leurs livres s’ensommeillent, leurs pianos sont fermés
    Le petit chat est mort, le muscat du dimanche ne les fait plus chanter
    Les vieux ne bougent plus leurs gestes ont trop de rides leur monde est trop petit
    Du lit à la fenêtre, puis du lit au fauteuil et puis du lit au lit
    Et s’ils sortent encore bras dessus bras dessous tout habillés de raide
    C’est pour suivre au soleil l’enterrement d’un plus vieux, l’enterrement d’une plus laide
    Et le temps d’un sanglot, oublier toute une heure la pendule d’argent
    Qui ronronne au salon, qui dit oui qui dit non, et puis qui les attend

    Geen flauw idee waarom hij het daar nu precies over had.  

  • Verbouwingen: bibliotheek (in progress)

    Ingrediënten: een resem Billy-kasten van bij Ikea, en een hele stapel boeken. Eerst alle boeken uit dozen in de kasten gepropt, zoveel als mogelijk:

    Bibliotheek voor

    Dan alles weer min of meer leeggemaakt, de kasten op hun definitieve plaatsen gezet en op een sokkel om ze waterpas te krijgen:

    Bibliotheek tijdens (1)

    En dan verder afwerken, plaats voorzien voor licht bovenaan, de hoeken afwerken:  

    Bibliotheek tijdens (2)

    Dat staat dus rotsvast stevig, en het ziet er vind ik nog redelijk uit ook. De planken moeten nog degelijk verdeeld worden en zo, en we moeten nog een stuk of vijf zes bijkomende kasten gaan halen voor de andere kant van de ruimte, maar ’t komt wel in orde denk ik.  

  • Een geslaagde avond

    ’t Was spaghettifestijn op school. Of iets in die zin toch: geldinzamelingsavond. Ik kijk daar altijd zo ongeveer evenveel naar uit als een spoelworm naar een ontwormingsmiddel, maar meestal valt dat min of meer wel mee.

    En kijk: ’t was niet anders vanavond. Ik heb er een leestip gekregen, waarmee ik kan beginnen aan een reeks boeken waar ik al lang naar stond te lonken maar wegens geen flauw idee waar precies aan beginnen, nooit aan begonnen was.

    Bij deze dus wel: Dan Abnett’s Eisenhorn -trilogie zit in mijn Kindle-cloud. Om te lezen tussen Pratchett’s Dodger en G.J. Meyer’s A World Undone en Albert Schweitzer’s Von Reimarus zu Wrede en Daniel Kahneman’s Thinking, Fast and Slow. Ja, alsof ik nog niets anders te doen had, ja. En dat het niet moeilijk is dat ik geen boeken uitgelezen krijg als ik er zoveel tegelijk lees, ik weet het.

    (En op de één of andere manier heb ik vanavond blijkbaar gezegd dat ik naar een Halloweenfeestje zou komen. Trr: als de wijn is in de man…)

  • Dus, we keren terug van de cinema, in de zeikende regen, Louis en ik. In het donker, regen die met bakken uit de lucht valt, Filmfestival dus meer dan gewoonlijk veel auto’s op baan: Louis zat achteraan op de fiets bij mij.  

    Ja, dat mag niet, weet ik nu. Maar met zijn fiets in dit weer in het donker en met veel verkeer, en dan nog eens ’s avonds laat dus moe, zag ik het ook niet zitten om hem op zijn fiets te laten rijden.

    En wat denkt ge? Jazeker: aangehouden door de politie. We reden negen à tien kilometer per uur, links en rechts van ons razen de nauwelijks rijdende fietswrakken zonder verlichting voorbij, maar ’t is ons dat Het Blauw Op Straat moest hebben.  

    Als ze de regen met emmers op u smijten en ge door uw bril nog nauwelijks iets ziet en ge u honderdveertig procent op de weg aan het concentreren zijt: ik weet niet hoe het met u zit, maar ik had het niet de eerste  fractie van een seconde  door dat de juffrouw die mij van tien meter achter mij aansprak, een politieagente was.  

    En kijk: meer dan dat is niet meer nodig om die cursus Sarcastisch Omgaan Met Burgers naar boven te laten komen — als het even meezit, dan is het zelfs iemand zoals vanavond, die de bijscholing Mensen Die Uw Vader Hadden Kunnen Zijn Behandelen Als Waren Ze Een Stoute Kleuter Uit De Straat heeft gevolgd.

    “Mag ik uw voetje eens zien meneer” hoorde ik de dame zeggen. Ik toon de pikkel van mijn fiets, maar dat was dus he-le-maal verkeerd. Ik had meteen recht op het volledige gamma van “Ge moogt al content zijn normaal is dat direct een boete” en  “Denkt gij dat wij hier voor Piet Snot staan misschien” en “Ge moogt te voet naar huis gaan, en als ik u nog op die fiets zie zal het u  dus veel geld kosten hé”.

    Ik heb er niets tegen dat ze mij aanhouden. Niets. Ze hadden mij zelfs meteen een boete mogen geven — ik zou niet eens veel geklaagd hebben over die twintig doodrijders die ik tussen Kouter en Minard zonder lichten zag voorbijzwalpen of over die lallende stoet studentendoop die in de Sint-Pietersnieuwstraat de halve straat bezette. Dat is allemaal naast de kwestie en ik heb er alle begrip voor.  

    Maar waar ik de muren  van oploop, is dat toontje van sarcastische neerbuigendheid dat er zo vaak bij moet komen. Hatelijk.

  • Kwijt!

    Maarallez.  

    Ik was naar huis gereden met de fiets, en toen ik thuiskwam bleek mijn fietstas weg! Er af getrild of zo, op kasseien of een verkeersdrempel.  

    Gelukkig zat er niets in, of toch bijna niets — misschien een plastiekzak en wat papier, een fles cola op overschot. En ook gelukkig was het toch tijd om een nieuwe te kopen: voor de allergoedkoopste optie gegaan in de winkel vorige keer, met als gevolg dat het ding na minder dan een jaar bijna volledig uit elkaar viel.

    Maar toch: zo vies. Niets gehoord of gevoeld, teruggereden en niets zien liggen: beeld u eens in dat daar wel iets belangrijks zou in gezeten hebben!

  • Zou ik?

    Daarnet in het achterhuis The Quincunx  tegengekomen.

    Ik heb al lang goesting om dat boek nog eens te lezen, maar ik vind het gewoon niet in elektronische versie. En ik heb eigenlijk absoluut geen zin om het op papier te lezen: ’t is te groot en te zwaar en te onhandig en alles.  

    Opnieuw kopen, maar dan digitaal? Nah, lukt niet. Er is geen Kindle-versie van en er is geen andere versie van ook.  

    Er zweven uiteraard wel illegale versies van rond, maar die zijn maar zo-zo van kwaliteit: rudimentaire OCR, paginahoofdingen die er nog overal tussen staan en dergelijke.  

    En dan steekt de ocd in mij de kop op, en kriebelt het om gewoon het hele boek in een propere echt goed werkende digitale versie te maken. Met voetnoten en links en uitleg en alles.  

    Of ik zou natuurlijk ook gewoon de slecht ge-OCR-de versie kunnen lezen.  

    Of gewoon de papieren versie.  

    Het zijn allemaal keuzes, meneer mevrouw.  

  • Wat vooraf ging:

    • hoofdpijn
    • plop-plop
    • oorpijn aan mijn linkeroor
    • veel  oorpijn aan mijn linkeroor en hoofdpijn
    • veel  hoofdpijn en oorpijn aan mijn linkeroor

    Dat van die oorpijn, da’s van het soort oorpijn dat heel uw kaak als een blauwe plek doet aanvoelen, dat uw ene oog scheel doet trekken en dat het onmogelijk maakt om op wat dan ook te concentreren.

    Ik was maandag naar het werk gegaan, en ik dacht vandaag gewoon thuis dingen te doen, maar het is een hele dag voor zitten zitten geworden. Boek lezen: te ingewikkeld. TV kijken: euh nee. Slecht lopen is saai, bleh.

    En kijk nu, wat is er deze namiddag begonnen? Oorpijn aan mijn rechteroor. Het linkeroor begint weer normaal te worden, gelukkig, maar sinds daarnet wordt het echt wel erge  pijn aan het rechteroor.  

    Wat moet ik daarvan maken? Dat er een ontsteking door  mijn hoofd van de ene naar de andere kant verhuisd is?

    Enfinbon. Een nieuwe doos pijnstillers open trekken, dan maar. En druppels bijtanken.  

  • Prometheus – it’s funny cause it’s true

    En toch ga ik nog eens mijn verstand op nul zetten en nog eens kijken:

    (Oh ja, zoveel spoilers dat het niet meer proper is)

  • Ik had een tijdje geleden foto’s gemaakt van stukken ter staving van allerlei, maar ik had ze nog lang niet allemaal in detail bekeken.  

    De eerste die ik vandaag onder ogen kreeg, was deze:

    Huwel. Philippus Gilliet & Christine Vermaeren

    Ik laat u even in stilte bewonderen. Voor de amateurs: het ziet er in het groot niet beter uit. Zoals de notitie die de Mormonen bij de microfilm hadden geplaatst, zei:

    Really

    Ik was zo ziek als een hond begonnen aan het ontcijferen gisteren, en zo ziek als een hond er mij vanavond bijna helemaal doorgewerkt:

    Huwel Philippus Gilliet Christine Vermaeren overschreven

    ’t Is te zeggen:

    philippus gilliet et christina vermaeren (…) 3bus bannis matrim juncti sunt 12 9bris 1759 coram testibus franciscus gilliet et godeliva de clerck

    Of dus dat het de trouw was van Philippe Gilliet en Christine Vermaeren, die verbonden zijn in de echt op twaalf november 1759 voor getuigen Fanciscus Gilliet en Godelieve De Clerck. Dat met die 3bus bannis, geen idee wat er voor staat, maar het zal wel iets zijn in de zin van cum dispensatione in  tribus bannis, of dat hun namen drie keer afgeroepen zijn in de kerk.

    Zucht. Misschien bespaar ik me de moeite van het ontcijferen als ik de originelen bekijk van 250 jaar geleden, in plaats van te zitten pieren op die microfilms uit de jaren 1950.

  • Waar ik dit weekend ambetant van liep

    Vrijdag thuiskomen met hoofdpijn.
    Zaterdag naar een feestje gaan en met de plop-plop zitten. Met hoofdpijn.
    Zondagochtend opstaan met een oorontsteking. En hoofdpijn.

    Een weekend, dat is nodig om te recupereren van de week. Niet om nog kapotter te zijn zondagavond dan vrijdagavond. Kak.

    Ik liep er ook, goh, niet ambetant maar toch verbaasd van dat de glazen in mijn nieuwe bril driehonderd euro kosten. Per stuk. Dus dat er meer dan zeshonderd euro op mijn neus zal staan volgende week. Nog een financieel geluk dat de montuur van bij de El Cheapo Interwebwinkel maar een minuscule fractie van die kost was.

  • Puzzel

    Ik had het moeten weten, dat ik er niet aan moest beginnen: vanmorgen achter de computer gaan zitten, beginnen mijnheren en mevrouwen Gilliet uit mijn database op een grote grafiek te zetten… en dat was dat dan, voor de rest van de dag.  

    Op basis van enkel de gegevens die ik heb, kom ik voorlopig op dertien groepen uit die niet met elkaar te verbinden zijn.  

    Maar als ik dooppeters en doopmeters bekijk, en getuigen bij geboortes en overlijden en huwelijken, dan kom ik nog op vijf  groepen uit:

    Gilliets

    Puzzelen met mensen: zo wijs!

  • Nieuwe glazen

    De montuur die ik in de Joenaaited Staats had gekocht, is terecht!  

    Dagen naar gezocht, en uiteindelijk gevonden op de meest logische plaats ter wereld: daar waar ik mijn zonnebril zou leggen als hij niet in mijn vestzak zou zitten.  

    En dus kan ik bij deze met voorschift en lege bril in de hand naar de optieker gaan, die glas zal bestellen en slijpen en monteren in de bril die niet meer leeg zal zijn.  

    Morgen gaan! En dan een beetje later een nieuwe bril!

  • Er zijn veel dingen waar ik niet veel van snap. Eén van die dingen is het concept “pedagogische studiedag”.  

    Ik stel mij een soort bijscholing voor, ingevuld door scholen naar eigen inzicht en vermogen, met misschien een mengeling van zakdoekje leggen en rollenspelen en teambuilding en een lezing van een plaatselijke expert in ’t één of ’t ander.  

    Ik hoor van sommige leraars dat ze het meestal verloren tijd vinden, ongemeen onboeiend, en dat ze er het nut niet echt van inzien — maar ik heb ook al van mensen gehoord die het echt wel interessant vinden, afhankelijk van wat er precies georganiseerd werd.  

    Er zijn er zo een paar per jaar, één of twee denk ik. Waarop leerlingen vrijaf krijgen.  

    En dan is er nog het concept “facultatieve vrije dag”.  Ik stel mij daar iets bij voor als een op voorhand vastgelegde baaldag voor een hele school. Waarvan er ook een paar zijn per jaar. Dat leraars en leerlingen ook vrijaf krijgen.  

    Maar kan iemand mij eens uitleggen waarom die dagen altijd in het verlengde van een weekend lijken te liggen? En waarom dan alle leraars tegelijk moeten weggaan?  

    Vorige vrijdag was er pedagogische studiedag, en maandag was er een facultatieve vrije dag. Of omgekeerd, sla me dood: het gevolg is dat alle kinderen van de hele lagere school thuis mochten blijven op vrijdag en maandag, dat er overal naar opvang voor twee dagen mocht gezocht worden, of dat er vakantie mocht genomen worden op het werk.  

    Fijn hoor, een lang weekend voor de kinderen. Maar als er al niet zo enorm veel vakantiedagen op een jaar zijn, is het ook knap vervelend, van die verrassingskindervakantietjes tussendoor.  

    En dan vraag ik mij af: kunnen ze dat niet zo organiseren dat er maar een helft van de leraars vanonder muist? En dat de rest voor een vervangprogramma op school zorgt, film kijken of zo? En dan de week erna, de andere helft op studiedag, en de andere helft werken? Zou dat niet gemakkelijker zijn?  

    Of dat ze die dagen op een woensdag houden, als er toch al een halve dag voor opvang van kinderen moet gezorgd worden?