Ik heb er juist een kleine drie kwartier op gereden, en neen, dat was géén goed idee.
Ik ben compleet stikkapot. Ik kan mijn arm bijna niet meer bewegen van de pijn. Zo van die diepe pijn, gelijk dat ik juist een hele dag olympisch touwtrekken gedaan heb. Urgh.
Ik ben met de fiets naar het werk gegaan over en weer. Dat was niet het beste idee ter wereld: steunen op een stuur is ahem redelijk pijnlijk aan mijn linkerhand, die ondertussen één grote blauwe plek is geworden.
In het terugkeren hoorde ik een pling in mijn achterwiel, en de pijn aan mijn hand + dat ik het gewoon niet meer vertrouwde, dat het wiel niet zou ineenstuiken na de twaalfde of zo spaak die spring, deed mij besluiten dan maar te voet naar huis te stappen met de fiets aan de hand.
Ook al niet het allerbeste idee ter wereld, maar bon.
Nu ben ik helemaal stijf in mijn armen van een loodzware fiets door de stad te slepen.
Sacha Distel zong in 1971 Toute la pluie tombe sur moi:
Op een plaat vol fantastische nummers waren de eerste drie nummer van kant A (Scandale dans la famille, Monsieur Cannibale en L’incendie à Rio) de grappigste — ik kan ze 45 jaar later nog helemaal van buiten zingen, maar was het eerste nummer op kant B veruit het allerbeste.
’t Is natuurlijk pas later dat ik erachter kwam dat het van Burt Bacharach was, en tegen ik dat goed ik wel besefte, besefte ik ook dat die mens zó enorm veel ongelooflijk goede dingen geschreven heeft.
Ik weet niet hoe ik mijn favoriete nummers zou moeten kiezen. Er zijn er gewoon te veel. Deze hoort er zeker bij:
Hey kijk nu, ik moest iets gedaan hebben tegen vrijdag, en ik ben er al mee klaar. As opposed to, kweetniet, vrijdagochtend ergens ver na middernacht.
Deze namiddag was er wel een lange lange vergadering, anders was het nóg vroeger gedaan geweest!
(En content dat het gedaan is, anders had het morgen gemoeten, en morgen is al een drukke dag met drie vergaderingen, en ik zou eigenlijk nog wat willen programmeren ook, ha!)
Kijk kijk: 21u36, en ik kan zonder knagend schuldgevoel richting badkamer gaan, een nieuw verband regelen, en in mijn bed naar Dwarf Fortress-filmpjes liggen kijken.
Ik begon te kijken naar een serie waar mijn jongste dochter ook al naar keek — Physical: 100. Dit is de trailer:
Ge begrijpt waarom ik wou kijken.
Het is Koreaans, en het is immens traag — niet te verwonderen, als ze 99 mensen moeten geëlimineerd krijgen. Het was ook al afgelopen na aflevering 4 omdat het blijkbaar maar met twee afleveringen per week uitgezonden wordt. Pfeh.
Ik dan maar naar The Last of Us beginnen kijken. Dat ook al gedaan was na 4 afleveringen. Grrr.
Ik lag in mijn bed toen Sandra en Zelie naar Schotland waren en er ging ergens in huis een alarm af.
Ergens ver, maar niet ver genoeg dat ik het niet hoorde. Een piep-piep-piep érgens. Ik naar de living: niets. De keuken: ook niets. Zelfs buiten gekeken: niets te horen.
Terug in bed, nog wat youtube kijken, geen alarm meer te horen.
Boek beginnen lezen: daar was het alarm weer. Niet meer uit bed geklommen en dan maar gaan slapen met het alarm. Ergens. Op de achtergrond. Stilletjes biepend.
⁂
Lang verhaal kort: het is geen alarm. Het is gewoon een iets andere vorm van tinnitus.
Het heeft een tijd redelijk veel pijn gedaan, zo van “mag ik bijna nog wat pijnstillers nemen alstublieft?” Daarna is het in een fase van “oh het doet geen pijn meer heel de tijd AAARGKL VERDJU pijnsteken om de zoveel tijd” gegaan.
(En vreemd genoeg ook na dagen nog wat bloed vantijdtottijd.)
Nu is het naar een misschien nog meer lastige fase geëvolueerd: nog wat steken soms, maar vooral een voortdurend gevoel alsof ik net 4 uur aan een stuk een grote stressbal heb zitten nijpen. Zo van die diepe spierpijn van gelijk stijfheid en vermoeidheid.
Ik vermoed dat dat iets zal te maken hebben met het redelijk indrukwekkende hematoom dat zich gevormd heeft. Of misschien niet.
Afijn. Beetje bij beetje. Misschien lukt fietsen tegen het einde van de week.
Are You Sure You’re Not a Bad Boss? When we analyzed the behavior of 30,000 managers, as seen through the eyes of some 300,000 of their peers, direct reports, and bosses on
360-degree evaluations, we found that the sins of the bad boss are far more often those of omission, not commission. That is, bad bosses are defined not so much by any appalling things they do as by certain critical things they don’t do.
Mamluk Prosopography ’t Ziet er zo op het eerste gezicht niet indrukwekkend uit, maar het is het wel: contains biographical and historical information about and source references for c. 4,000 individuals
and social groups, especially from the early to mid-9th/15th century. It also contains information about and source references for c. 1,000 positions and functions that made up the Cairo Sultanate’s administrative, military and courtly apparatus.
Why is Java So Weird? – by Tomas Pueyo Java has a larger population than Russia. And this is not just a story of “there are plenty of people in Asia”. Java has a
bigger population than Japan! Even by Asian standards, Java is just extremely densely populated.
MusicLM MusicLM was trained on a dataset of 280,000 hours of music to learn to generate coherent songs for descriptions of — as the creators put it — “significant
complexity” (e.g. “enchanting jazz song with a memorable saxophone solo and a solo singer” or “Berlin ’90s techno with a low bass and strong kick.” Its songs, remarkably, sound something like a human artist might compose, albeit not necessarily as inventive or musically
cohesive.
Slapen met een arm die pijn doet is zo ambetant dat ik ontiegelijk vroeg wakker word, en dus ook veel te vroeg moe ben ’s avonds waardoor ik vroeg wakker blijf worden waardoor ik…
Maar hey: wat een enorm gemak zijn pijnstillers zeg. En hoe weten die zo goed waar ze moeten werken en waar niet, een mens geraakt daar niet wijs van. Een pijnstillingswaas over heel mijn linkerarm, een paar minuten na de pijnstiller, en dat dan gecombineerd met mijn rechterhand die al een paar dagen een paar graden minder warm is dan mijn linkerarm en -hand: deugd dat dat doet.
Ik denk wel niet dat het zal lukken om met de velo te rijden, begin volgende week. Ik zie het niet zitten om met één arm te rijden en dan ineens mijn stuur te moeten vastpakken met mijn pijndoende arm, namelijk.
Maar hey, online vergaderen lukt ook wel, een week of zo.
(Tot volgende vrijdag want dan moet ik een spreekbeurt geven en dat is in persoon. Ah well.)
Zes maanden stage zitten erop. Ik kreeg een gunstige evaluatie, en dus ben ik nu ook écht ATP-er aan de UGent.
Ik ben daar oprecht zeer zeer content mee. 🙂
Zoals meestal het geval is, lijkt het alsof ik er al jaren werk en tegelijk alsof ik er nog maar vorige week begonnen ben. Het heeft mij nog geen moment tegengestoken.
We hebben op het werk een hospitalisatieverzekering — een groot gemak en hoera!
Ik vanmorgen naar het intranet om te zien wat ik moet doen: blijkt, mailen of telefoneren. Ik telefoneer naar het nummer dat er staat.
Aan de andere kant van het keuzemenu: een mevrouw die mij vraagt wat mijn nummer is. Ik geef haar mijn nummer. Wat mijn naam is. Ik zeg wie ik ben. In welk hospitaal ik opgenomen word. Ik vertel haar welk hospitaal het is. Om welke reden. Ik geef kort de reden.
Dan ergens moet er een computer says no gebeurd zijn, want ze zegt dat ik het verkeerde nummer heb gebeld, dat ik moest bellen naar [nummer dat ik net gebeld heb].
Ik bevestig dat ik wel degelijk naar dat nummer gebeld heb.
Zij zegt dat dat onmogelijk is, want zij zit op een afdeling die zich met dat merk niet bezighoudt.
Ik herhaal het nummer dat ik gebeld heb. Zij zegt dat ik een ander nummer gebeld heb, anders zou ik nooit bij haar terechtgekomen zijn.
Dat gaat nog een keer of twee over en weer, en dan vraag ik of ze mij kan doorverbinden met een collega die mij wél kan helpen?
Neen, dat is haar werk niet en dat kan ze niet. Ik moet terugbellen, zegt ze, en wel naar [nummer dat ik net gebeld had] en niet naar [nummer dat zij heeft dat niet het nummer is dat ik net gebeld had].
⁂
Ik heb opnieuw gebeld naar [nummer dat ik net gebeld had]. Ik kreeg een andere mevrouw aan de lijn. Zij vroeg mij het nummer op mijn kaartje. Ik begin met 09 en dan drie cijfers. Oh, zegt ze, nog voor ik de rest kan voorlezen, die cijfers willen zeggen dat u bij een andere dienst moet zijn. Ik verbind u even door.
Ik kwam vanmorgen toe in het hospitaal, met mijn werkrugzak vol computer en leesboek en oplaadkabels, en met mijn armen vol met mijn oorkussen van thuis, wegens als een mens moet blijven overnachten is het altijd een gmeak van zijn eigen oorkussen mee te hebben.
Inschrijving zonder probleem, kamer in zonder probleem, nog eens de vragenlijst overlopen (neen ik rook niet, neen ik heb nooit gerookt, neen ik drink niet, ja ik drink soms wel eens een glas maar niet elke week of zelfs elke maand, ja ik ben al eens geopereerd, neen ik heb niets gegeten of gedronken sinds middernacht, etc., etc. etc.).
Ik weet dat die mensen het waarschijnlijk nog meer beu zijn om het telkens te moeten vragen dan ik het lastig vind om het telkens te herhalen, maar ik weet waarom ze het doen, dus no problemo hier.
Operatie waarschijnlijk rond een uur of 11, kreeg ik te horen.
En dan kwam ineens iemand binnen die bloed ging trekken, en die op wel tien plaatsen op mijn lichaam tsjoepen heeft gezet om mijn hard na te trekken. Waarom? Geen idee.
Waarom? Aha — de aap kwam even later uit de mouw: normaal gezien had ik dat een paar dagen geleden laten doen, wegens operatie en narcose en al. Ergens communicatie-iets, blijkbaar, en het moest alsnog nu in extremis. Operatie dus een paar uur verzet, grr.
Maar hey, ik had toch alle tijd van de wereld, dus opnieuw: no problemo.
Uiteindelijk dan toch in de namiddag naar de operatiezaal gereden — mét mijn kussen, en in de kussensloop mijn Kindle meegesmokkeld, ik heb geleerd van vorige ervaring uren aan ene stuk naar een uurwerk liggen kijken in recovery.
Operatie was een uur of twee, denk ik. Ik ben tegen het eind in slaap gevallen. Niet dat het met volledige narcose was, wel dat ik redelijk moe was. Ik heb ook, denk ik, allerlei vragen gesteld waar ik op dat moment echt in geïnteresseerd was en die niet belachelijk waren, maar for the life of me weet ik niet meer wat de vragen of de antwoorden waren. Ze hebben mij ook iets gegeven om mij rustig te houden, ik vermoed dat dat aardige dingen met het geheugen doet. Anesthesie jong, het is een aardige zaak.
Maar hey, ik lig op mijn kamer terug. Met een verband waar mijn slagader is afgebonden en mijn ader binnenkort zal aan het ontsteken en afsterven zijn. En een drain en al.
Niet overleden in de operatie. Pijn aan mijn arm, maar blijkbaar niets vergeleken met de pijn die nog moet komen. Oui châle si.
Ik heb voor de zoveelste keer in mijn leven, in met de jaren alleen maar onleesbaar wordend gekriebel, een formulier ingevuld vol gegevens die het hospitaal al heeft.
Kwestie dat ze mij morgen met plausible deniability kunnen charcuteren, aha!
’t Is morgen om 9u te doen, en ik hoop dat ik tegen de namiddag misschien al weer in een kamer met een internetverbinding lig, want er is een vergadering die ik eigenlijk wel zou willen meedoen. (Voor de rest ga ik proper gewoon in mijn bed blijven liggen, no worries.)
Beetje benieuwd wat voor anesthesie het wordt, morgen. Ik hoop heel hard dat het niet opnieuw de “stompe electrode in de oksel op zoek naar de juiste zenuw”-methode wordt.
En ook benieuwd naar hoeveel pijn zo’n zware flebitis precies doet, en precies hoeveel of hoe weinig ik mijn arm ga kunnen gebruiken. En of ik ga creperen van de pijn dan wel gewoon ga kunnen werken.
Ik vanmorgen een herinnering van Facebook dat het vandaag precies zeven jaar geleden is dat ik geopereerd werd, en ik dacht dat het de operatie was die volgende dinsdag ongedaan gaat gemaakt worden, maar het was een andere operatie om iets te proberen doen aan mijn nierproblemen, die toen faliekant mislukt is, helaas.
De operatie van dinsdag gaat ongedaan maken wat een andere vorige operatie heeft gedaan, en dat gaat helaas minder aangenaam zijn dan die eerste operatie. Bloedklonters en flebitis, bleh.
Ik blijf minstens een nacht op observatie, ’t is te hopen dat ik weer rap naar huis kan en gaan werken. Dat ik daar geen weken lig of zo, met wie weet bloedklonters waar er geen mogen zijn!!!