Geen feest vandaag, wegens niet écht de laatste dag werk.Ik blijf nog een paar meetings volgen waar het nodig is dat er continuïteit is. En ik moet nog een paar interne dingen aan de praat krijgen.
Maar ik heb voorzichtige hoop dat ik volgende week wél 100% afwezig van het werk zal zijn.
Ik kwam terug op het werk voor mijn voorlaatste dag van het jaar, maar ’t was geen goed nieuws: mijn fijne collega is ziek. Een mens denkt natuurlijk altijd meteen het ergste, dus wie weet is het met de coronats en al!
We zitten met twee op een groot project en ik vind het niet echt verantwoord om nu woensdag helemaal weg te zijn, dus zit het er misschien wel in dat ik blijf doorwerken in plaats van woensdag te verdwijnen voor de rest van het jaar. ’t Zal dan wel compensatie worden aan de andere kant van de vakantie, want ik blijf koppig bij mijn voornemen om al mijn wettelijke vakantiedagen en recup in één aaneengesloten periode op te soeperen.
Voilà zie, weekend achter de rug. De wereld is net niet helemaal verbeterd geraakt, maar het was niet bij gebrek aan discussie. Eén man minder op de foto dan we mee begonnen waren wegens andere verplichtingen in België, maar zie ons zitten, alsmaar ouder wordende mensen bij mekaar — ik heb nu al goesting om het volgend weekend in te boeken:
’t Was ook wel goed om weer thuis te zijn en in een goede zetel te zitten en een goed bed te kunnen liggen. En om de kat weer te zien: die was een hele tijd niet zo goed en alsmaar magerder, maar ze weegt gelijk nu weer wat meer, en belangrijker: ik voel de beenderen van haar bekken niet meer door haar vel steken. Dus toch ook wel wat goed nieuws daar.
En ze was niet zo kwaad als anders als ik niet elke dag thuis ben. Wat ook een gemak is.
We zitten in een huis voor 14 man en we zijn met 7. Er zijn late discussies en er is drank (veel te veel drank, zo bleek — dat is wat er gebeurt als ge bij Collect & Go pakken bier in plaats van flessen bier bestelt), en er zijn fijne vrienden, en meer heeft een mens niet nodig.
Vrijdag hebben we spaghetti gegeten (ik had de saus gemaakt: 3 kilo gekapt, 5 kilo tomaten, 1 kilo champignons, 2 kilo ajuin — er was genoeg, met andere woorden), maar voor de zaterdag zijn we gaan eten op restaurant. De Deu-braek, waar we vorig jaar, nee, twee jaar geleden stapels Sex on the Beach gedronken hebben, heeft verrassend lekkere vis.
Morgen eten we risotto.
En ik ben content: het is hondenweer, dus er is eigenlijk zelfs niet eens de dreiging dat we veel anders gaan doen dan vegeteren binnenshuis. 🙂
Het komt er aan, het komt er stilletjes aan: de vakantie!
Ik heb vandaag een vrije dag genomen om mij terdege voor te bereiden op het weekend: we gaan met de quizploeg naar Zeeland niets doen.
Ja, ’t is globale pandemie en zo, maar: we zijn allemaal gevaccineerd en we hebben allemaal de dag van ons vertrek een test gedaan en we zijn allemaal negatief. (En helaas: één van ons heeft een zieke naaste collega, en die ene heeft beslist niet mee te komen om geen enkel risico te lopen.)
Maar voor de rest is het wel zo dat we daar eigenlijk veiliger zijn dan thuis, waar er ook nog kinderen rondlopen die elke dag naar school gaan waar godweetwatallemaal rondloopt.
Ik ga dus op weekend en ik neem mee:
mijn peignoir en mijn pyjamabroek
een handdoek en wasgerief en al
een maatje om cocktails mee te maken
mijn ijsblokmachine
mijn kussen
en mijn deel van de boodschappen: vodka, appelsiensap, veenbessensap en Peachtree — voor de Sex on the Beach
Good Omens meets The Long Way to a Small, Angry Planet in this defiantly joyful adventure set in California’s San Gabriel Valley, with cursed violins, Faustian bargains, and queer alien courtship over fresh-made donuts.
Ik zeg daarop: laat ons vooral niet overdrijven. Het heeft alleen met Good Omens te maken in de zin dat er een demon in voorkomt. En wat het gemeen heeft met het andere boek is de clichématigheid.
“Defiantly joyful” zou ik het ook niet meteen noemen. Het hoofdpersonage is Katrina, een transgender meisje dat wegloopt van huis wegens mishandeld. Ze speelt ook viool. En ze wordt toevallig ontdekt door de Beste Vioollerares Van De Hele Wereld, die eigenlijk een deal met een demon heeft gemaakt: ze krijgt zeven keer zeven jaar om zeven zielen van vioolspelers te verkopen aan de Hel. Oh, en ook toevallig komt de vioollerares een familie aliens tegen die donuts verkopen, en wordt ze verliefd op de moeder, die eigenlijk een ruimteschipkapitein is.
Het begint realistisch, met de bakken miserie die een transgender kan tegenkomen, maar het wordt bijna meteen een soort van orgie van wish fulfillment. Alles, maar dan ook alles gaat goed voor alle personages in het hele boek.
Niet dat het allemaal kommer en kwel moet zijn hé, maar ik zou toch een beetje meer realisme willen gezien hebben. En quasi letterlijke toverstaven om het allemaal beter te maken, dat is geen oplossing. En transgender of niet transgender kan me geen knijt schelen, maar niemand wordt content van een Mary Sue in de hoofdrol, laat staan een heel boek vol Mary Sues.
Ik ga niet zeggen dat ik aan het aftellen ben, maar ik ben aan het aftellen. Nog vier dagen en ’t is vakantie:
En ik heb eigenlijk nog wel redelijk wat werk te doen. Er zullen hier en daar wat halve dagen vakantie werk worden (maar dan intern werk, geen werk voor de klant), waardoor mijn doel van “ik doe al mijn recup op dit jaar” alsnog niet zal gehaald worden, gedomme.
Het is wel iets, als een toepassing zijn API stabiel houdt. Dan kunt ge daar gegevens uit krijgen en pakweg met Excel een rapport make en zonder problemen dat rapport blijven gebruiken, zeker dat de gegevens juist blijven.
Het zou enorm vervelend zijn als die API blijkt lichtjes veranderd te zijn, dat bijvoorbeeld wat vroeger als een string doorkwam nu plots een collectie blijkt te zijn. Of, ik zeg maar iets, dat een getal dat vroeger geaggregeerd werd nu plots gesplitst wordt maar de aggregatie niet meer beschikbaar is maar nu maar één onderdeel is in plaats van het totaal.
Ja, dat zou een enorm gemak zijn, als een API stabiel zou blijven. Wat een concept! Beeld u in dat mensen daarop zouden rekenen voor bedrijfskritische processen of zo!
En behalve dat: ook wel een goed boek. Een open einde, en dat zal niet iedereen content maken, maar een fijne reis om daar te geraken.
Er is een meisje op een eiland. Ze woont er alleen met een robot, die alleen maar definities van woorden kan geven en van “helemaal akkoord” tot “helemaal niet akkoord” als er statements gemaakt worden. Het meisje heeft geheugenverlies en ziet de wereld alleen in grijstinten. Naarmate de tijd vordert — ze zit er al drie jaar — krijgt ze meer en meer flarden geheugen terug. Ze heeft een zus, die ze absoluut wil vinden. Ze repareert het wrak van de boot waar ze wellicht mee gestrand is, maar lijdt weer schipbreuk. Ze maakt een vlot.
En dan komt er plots een jongen op het eiland, ook met geheugenverlies, die haar probeert te wurgen en dan bewusteloos valt. De volgende ochtend blijkt dat hij ook geheugenverlies heeft. Ze worden verliefd op elkaar.
In een andere verhaallijn, die door de eerste loopt, zijn we in een wereld die volledig vervuild is, waar aardbevingen en overstromingen het gevolg zijn van eeuwen vervuiling en ingrepen van de mens. Hier is het hoofdpersonage een meisje dat haar zus verloren is. Ze zijn de dochters van één van de architecten van enorme zelfonderhoudende en tegen het giftige milieu beschermde gebouwen, waar miljoenen mensen in leven en privileges gegeven worden op basis van hoe veel of hoe weinig iemand vervuilt of vervuild heeft — achterkleinkinderen van bazen van chemiefabrieken mogen het wel vergeten, bijvoorbeeld.
Dit meisje zoekt haar zus, die tegen alle regels in van hun toren hoog boven de wolken naar beneden ging en in de zwaar vervuild zee ging varen en zwemmen. Ze krijgt daarbij hulp van een hackerachtige jongen, die haar zus heeft geholpen haar link met het netwerk kapot te maken.
De twee zussen zijn dus op zoek naar mekaar. En de twee verhalen blijven parallel lopen tot ergens dicht bij het einde. En het einde is, wat ik zei, een open einde. Het rare is: ik weet niet eens welk einde ik zou willen. Maar ik blijf er wel over nadenken. Dit is één van die zeldzame boeken die ik eigenlijk meteen zou willen herlezen om te zien wat ik allemaal gemist heb.
Er is een weekend gepland, al eigenlijk twee jaar of meer, met de maten van de quizploeg. Als het allemaal lukt, en als we allemaal een negatieve zelftest kunnen voorleggen, en als reizen nog mogelijk is, en als er geen lockdown is, dan gaan we in een enorme goed geventileerde bungalow allemaal op minimaal twee meter van mekaar zitten. Mogelijks wat wandelen, voor wie daar enorm veel goesting in zou hebben.
Geen enorme plannen dus, en zo veilig als redelijkerwijs mogelijk is voor een groepje gevaccineerde en negatief geteste mensen. Maar toch: zeer spannend om te zien of het zal lukken.
Donderdag dacht ik — of beter, de hele week dacht ik — “ik ga naar één vergadering en daarmee doef”.
Maar dan was er wat voorbereiding, en dan was er de vergadering die iets langer duurde dan gedacht, en dan wist ik wat ik moest doen maar most dat zéker maandag 15u klaar zijn, en dacht ik “ik ga het gewoon nu doen in plaats van na het weekend, dan moet ik mij maandag niet haasten” en voor ge het wist, was het toch bijna drie uur betalend werk voor de klant en dan nog twee uur iets infrastructureels in orde krijgen, en dan nog een paar uur zoeken en doen op datzelfde infrastructurele ding op mijn leerbudget, en hopla eigenlijk een werkdag.
Zo gaat dat niet vooruit, overuren recupereren, natuurlijk.
Het begint serieus te korten, dat aftellen naar de wintervakantie. Nog donderdag en dan vrijdag één vergadering, en dan maandag tot donderdag, en dan maandag en dinsdag, en dan heb ik vakantie.
Een beetje een eenzame week volgende week wegens mijn fijne collega Johan niet aanwezig, maar hey, moeilijk gaan ook.
’t Is wel gemakkelijker om het hoofd er bij te houden als ge met twee aan het nadenken zijt tijdens een Teamsmeeting, maar alleen gaat ook. (’t Zal wel moeten gaan.)
Ik heb zo’n vermoeden dat het zeer snel zal gaan: er is serieus wat werk te doen en er zitten wat interne vergaderingen in de kalender ook, dat breekt de dingen ook altijd op. Oh, en ik moet ook nog wat ontwikkeling-slash-rapportering doen. En eens nadenken over wat een goede desktopcomputer zou zijn om op te werken (ik blijf steken op “genoeg geheugen, snel genoeg, genoeg opslag, en een degelijke videokaart waar ik minstens drie monitors rechtstreeks aan kan hangen”, maar da’s niet echt specifiek genoeg).
’t Is niet voor iedereen miserie, de globale pandemie.
Ik hoop elk overlegcomité op een volledige lockdown, of toch iets dat er zo dicht mogelijk in de buurt van komt. Het kwam deze keer iets meer in de buurt dan de vorige keer.
Het is me daar weer een incestueus boeltje, bij Goodreads en hun awards. Nog meer dan andere jaren, heb ik de indruk dat er in sommige categorieën enorm veel enorm hard op mekaar trekkende boeken zijn. Neem de categorie “horror”. Deze drie boeken stonden letterlijk na elkaar genomineerd:
Bloodline, Jess Lourey Perfect town. Perfect homes. Perfect families. It’s enough to drive some women mad… In a tale inspired by real events, pregnant journalist Joan Harken is cautiously excited to follow her fiancé back to his Minnesota hometown. After spending a childhood on the move and chasing the screams and swirls of news-rich city life, she’s eager to settle down. Lilydale’s motto, “Come Home Forever,” couldn’t be more inviting. And yet, something is off in the picture-perfect village. The friendliness borders on intrusive. Joan can’t shake the feeling that every move she makes is being tracked. An archaic organization still seems to hold the town in thrall. So does the sinister secret of a little boy who vanished decades ago. And unless Joan is imagining things, a frighteningly familiar figure from her past is on watch in the shadows. Her fiancé tells her she’s being paranoid. He might be right. Then again, she might have moved to the deadliest small town on earth.
Cackle, Rachel Harrison All her life, Annie has played it nice and safe. After being unceremoniously dumped by her longtime boyfriend, Annie seeks a fresh start. She accepts a teaching position that moves her from Manhattan to a small village upstate. She’s stunned by how perfect and picturesque the town is. The people are all friendly and warm. Her new apartment is dreamy too, minus the oddly persistent spider infestation. Then Annie meets Sophie. Beautiful, charming, magnetic Sophie, who takes a special interest in Annie, who wants to be her friend. More importantly, she wants Annie to stop apologizing and start living for herself. That’s how Sophie lives. Annie can’t help but gravitate toward the self-possessed Sophie, wanting to spend more and more time with her, despite the fact that the rest of the townsfolk seem…a little afraid of her. And like, okay. There are some things. Sophie’s appearance is uncanny and ageless, her mansion in the middle of the woods feels a little unearthly, and she does seem to wield a certain power…but she couldn’t be…could she?
Comfort Me With Apples, Catherynne M. Valente Sophia was made for him. Her perfect husband. She can feel it in her bones. He is perfect. Their home together in Arcadia Gardens is perfect. Everything is perfect. It’s just that he’s away so much. So often. He works so hard. She misses him. And he misses her. He says he does, so it must be true. He is the perfect husband and everything is perfect. But sometimes Sophia wonders about things. Strange things. Dark things. The look on her husband’s face when he comes back from a long business trip. The questions he will not answer. The locked basement she is never allowed to enter. And whenever she asks the neighbors, they can’t quite meet her gaze… But everything is perfect. Isn’t it?
Idem voor de categorie Science Fiction, waar het gelukkig niet zó erg is, maar waar er toch enorm veel op elkaar lijkende plots zijn:
Appleseed, Matt Bell: “explores climate change, manifest destiny, humanity’s unchecked exploitation of natural resources, and the small but powerful magic contained within every single apple”
Firebreak, Nicole Kornher-Stace: “Mallory is an orphan of the corporate war. As a child, she lost her parents, her home, and her entire building in an airstrike. As an adult, she lives in a cramped hotel room with eight other people, all of them working multiple jobs to try to afford water and make ends meet.”
The End of Men, Christina Sweeney-Baird: “Only men carry the virus. Only women can save us all. The year is 2025, and a mysterious virus has broken out in Scotland–a lethal illness that seems to affect only men. […] What follows is the immersive account of the women who have been left to deal with the virus’s consequences, told through first-person narratives.”
Girl One, Sara Flannery Murphy: “in this twisty supernatural thriller about female power and the bonds of sisterhood Josephine Morrow is Girl One, the first of nine “Miracle Babies” conceived without male DNA, raised on an experimental commune known as the Homestead.”
Jaja, boeken zijn altijd kinderen van hun tijd. Maar toch.
Waar het ook enorm opvalt hoe trendgevoelig de dingen zijn, is bij de covers van de misschien wel meest trendgevoelige van genres: Romance. Dit zijn covers van de genomineerden voor 2021:
Bijna allemaal illustraties met whimsical “handgeschreven” fonts en pastelkleuren. Vergelijk 2020, waar die trends ook al aan het opkomen waren, maar hoegenaamd niet voor elk boek, en waar de kleuren veel diverser waren:
En dan 2019, waar het bijna een andere wereld lijkt, die nog wat diverser is:
En dan terugkerend naar tien jaar geleden, in 2011, lijkt het wel een totaal andere wereld, met diametraal het tegenovergestelde van wat we nu hebben: geen enkele illustratie, geen vlakken pastelkleuren, allemaal foto’s:
Hier heeft ongetwijfeld iemand ergens een wetenschappelijke studie over gedaan.